'Ik zie veel droge, staccato zinnen. Het zijn nuchtere, aan het banale grenzende constateringen. De chemie zit hem in het bij elkaar brengen van zulke constateringen. (...) Ik kan me voorstellen dat het voorlezen van zulke poëzie een publiek aan het lachen brengt. Als lezer heb ik daar iets minder last van, maar al lezende ga ik van deze gedichten houden. (...) Naarmate ik meer en aandachtiger lees, ga ik van deze ‘droogkloot’ houden.'

 

Uit recensie over 'Als was zij mijn vrouw' door Wilma van den Akker, Meandermagazine 29/10/2012.

 

‘Het fundament onder zijn opvallend terloopse poëzie wordt veelal gevormd door anekdotes en herinneringen, soms zoet, soms wrang. In Roerdomp wordt een seksuele ervaring beschreven: 'Jij kon het al een beetje/ Het moest naakt dat wist ik wel'. En dan worden ineens ouders opgevoerd: ‘Onze ouders gebruikten argeloos dezelfde nacht’ (…) ‘Ze wisten niks. Ze hadden net zo goed konijnen kunnen zijn./ Als het maar ademde./ En ze namen grote slokken lucht.’

 

En dan is er de tederheid in zijn gedichten, het sensitieve element. 'Nog steeds denkt men vaak dat ik een meisje ben./ Een lief, verlegen meisje./ Ik hoef daar niets voor te doen./ Mannen willen mij behoeden.'(Uit: De zoon en de zee). Regels met een schoonheid die je kunt aantreffen in mislukte foto's, bij gepensioneerde acteurs, bloemen die langer op de vaas mogen staan. En in figuratieve schilderijen waarin het realisme is verlaten en verruild voor fantasieën en concepten. Typerend voor de poëzie van Glas is dat hij er in slaagt het raadsel te vergroten, om met Harry Mulisch te spreken. Het alledaagse voorbij, altijd net om de hoek verdwijnend.'

 

Uit recensie over 'Als was zij mijn vrouw' en 'Dubbel Glas' door Joep van Ruiten, Dagblad van het Noorden, oktober 2012

 

'De sobere klanken van het Gronings zingen van zichzelf. Die taal, of dat dialect – daar mag om gestreden worden – krijg je mee bij je geboorte en anders heb je pech. Eerder besprak ik de Nederlandstalige bundel ‘Als was zij mijn vrouw’ door dezelfde dichter. Daar was helemaal niets mis mee, maar Dubbel Glas heeft die táál. Voor ABN-sprekers is die toal goed te volgen, met af en toe een beetje hulp van het Nedersaksisch woordenboek.’

 

‘Glas verstaat de kunst om sfeer op te roepen. Hij doet dat met rake woorden zonder opsmuk,’

 

Uit recensie over 'Dubbel Glas' door Wilma van den Akker, Meandermagazine 15/2/2013

 

‘Glas is soms hard, dan weer teder in zijn beschrijvingen van mensen en situaties. (…) In de gedichten van Glas gaan melancholie, humor en absurditeit een verrassend samenspel aan. Wanneer in Mali meren en rivieren droogvallen, ziet hij de vissen juist verdrinken. Van de handtamme papegaai die mensen imiteert naar ‘rietnabootsend terrasmeubilair’ bij de horeca, is voor hem een kleine stap. En hij laat zijn moeder een bericht uit de kant voorlezen, zo vanzelfsprekend dat het iedere factcheck overbodig maakt: ‘Op zijn zwerftocht door Europa / is het konvooi overtollig geworden dromen /  in Sofia aangekomen.’’

 

Uit recensie over ‘Als was zij mijn vrouw’ door Eppie Dam, Leeuwarder Courant

 

'Het boek Stel je bent schilder is het resultaat van het samenwerkingsverband dat Glas aanging met schilder Dolf Verlinden, die met zijn bedrieglijk kale, stille schilderijen prachtig aansluit op de poëzie van Jan Glas.'

'De schilderijen van Verlinden zijn minimaal, maar suggereren veel, en de kleur geeft diepgang en warmte. Je ziet dat er bewust veel weggelaten is, en als kijker heb je het gevoel dat je bij deze schilderijen tussen de regels moet lezen. Dat geldt net zo voor de bijna weerbarstige gedichten van Glas. Het doet denken aan de stilte van Morandi, een stilte waar je als kijker niet snel genoeg van krijgt.

Verlinden en Glas samen, dat is een combinatie die de kijker uitdaagt. Aandacht is vereist, maar die aandacht wordt rijkelijk beloond. Het Groninger landschap is een landschap waarin vrijwel niets lijkt te gebeuren, maar waar juist voor de volhardende kijker alles blijkt te gebeuren. Glas en Verlinden maakten een Groninger landschap in boekvorm.'

 

Uit recensie over 'Stel je bent schilder' door Holly Moors op Moors Magazine

 

'De Groninger dichter Jan Glas schreef, omdat hij het Belcampo Stipendium van de Provincie Groningen gewonnen had, niet, wat eigenlijk de opdracht was, een essaybundel om Groninger poëzie te promoten, maar een dichtbundel waarin hij dat op een indirecte manier doet. Het gaat in de gedichten veel over woorden en streektaal, maar het knappe van Glas is, dat hij weliswaar een echte Groninger dichter is, met een enigszins stroef, kaal taalgebruik, maar dat hij tegelijkertijd universele thema's weet aan te spreken. Daarnaast zit er in zijn gedichten altijd een bepaalde uitbundigheid en vrolijke humor die in tegenspraak lijkt met die kaalheid, maar die feitelijk juist de melancholie versterkt. Je lacht met een brok in je keel.'

 

Uit recensie over 'Zo is t nait goan' door Holly Moors op Moors Magazine